Door Rob Wellink op 3 augustus 2016

Staat het stoplicht op rood, oranje of groen?

Door: Rob Wellink

Cabaretier Freek de Jonge zong in 1997: “Rij dus rustig door oranje en geef extra gas bij rood, er is leven er is leven na de dood”. Misschien een wat naargeestige opening van een serieuze kwestie, maar desalniettemin gaat het een klein beetje op voor het stoplichtmodel dat bedoeld is om het aantal te bouwen woningen in de gemeente Oude IJsselstreek drastisch naar beneden bij te stellen. Het stoplichtmodel is een instrument waarmee de plancapaciteit van (nieuwe) woningbouwplannen kan worden geanalyseerd en bijgesteld. Simpel gezegd: woningbouwplannen worden in de categorieën rood, oranje en groen ingedeeld. Groen betekent bouwen, rood betekent niet bouwen. Over de plannen die in de categorie oranje vallen, moet nog een besluit worden genomen. Waarom moet er veel minder gebouwd worden? De oorzaak is de bevolkingskrimp. Door de bevolkingskrimp zijn er veel minder mensen en op termijn minder huishouden, waardoor er ook minder woningen nodig zijn. Voor de hele Achterhoek geldt, dat er ongeveer 5.900 woningen minder nodig zijn dan gedacht. Het stoplichtmodel van de gemeente Oude IJsselstreek wijst uit dat er op dit moment 524 woningbouwplannen zijn, maar dat er tot 2025 eigenlijk volgens de afspraken maar ongeveer 202 woningen gebouwd mogen worden. Dat zijn 370 woningen te veel; het stoplicht voor nieuwbouw staat op rood.

Het fundament

Nieuwbouw was jarenlang het toverwoord in Nederland. Sterker nog, dit was sinds de Tweede Wereldoorlog naast de export één van de belangrijkste fundamenten onder de jarenlange groei van de Nederlandse economie. Met name vanaf de jaren ’90 tot aan de economische crisis in 2008 stonden alle stoplichten op groen. Iedereen kon een grote hypotheek krijgen bij de bank en de hypotheekrente mocht je van de belastingdienst aftrekken. Op de achtergrond raadden de rijksoverheid, banken, projectontwikkelaars en bouwbedrijven de gemeenten aan vooral gronden te kopen en te bouwen. De provincie Gelderland, die onder andere tot taak heeft om de gemeenten te controleren op hun financiën, kwam zelfs naar de gemeente Oude IJsselstreek en vroeg hardop af waarom het niet opschoot met de nieuwbouw. In de oude gemeenten Wisch en Gendringen was het beleid jarenlang dat er in elke kern gebouwd mocht worden. Dat zat in de cultuur. Iedere kern wilde nieuwbouw, net als dat iedere kern alle voorzieningen wil. Nog steeds zit bij veel mensen tussen de oren dat nieuwbouw van levensbelang is voor de leefbaarheid. Zonder nieuwbouw zouden jonge mensen zich niet in de kern willen vestigen. Dat is een heel logische gedachtegang, alleen hoeft die niet met de realiteit en de toekomst in overeenstemming te zijn.

We zien namelijk dat er, los van de economische crisis die in 2008 begon, zaken veranderen. Voor de hele Achterhoek weten we nu al aan de hand van prognoses dat de bevolkingskrimp grote gevolgen gaat hebben op allerlei zaken. Dat geldt ook voor de woningbouw. Door de krimp zijn er, zeker na 2025, veel minder huishoudens in onze regio. Dat betekent simpel gezegd dat er ook minder vraag komt naar woningen, laat staan naar nieuwbouw. Het aanbod van woningen kon wel eens groter zijn dan de vraag er na. Leegstand, waardedaling van vastgoed en een kostbare sloopopgave kunnen op deze manier reële bedreigingen worden, zo concludeerden de onderzoekers van de regio Achterhoek. Alle Achterhoekse gemeenten, de provincie Gelderland en alle woningbouwcorporaties in de Achterhoek hebben daarom samen afgesproken, dat ze veel minder woningen gaan bouwen. Dat is vastgelegd in de Regionale Woonagenda 2015-2025. De provincie wees de gemeente Winterswijk er onlangs nog op dat ook zij deze afspraak moet nakomen.

Doel is een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en dan is bouwen voor leegstand onlogisch. Nieuwbouw en leegstand hangen zo bezien nauw samen met de bevolkingskrimp. Er is natuurlijk nog wel plaats voor nieuwbouw, maar die moet veel minder en bovenal gerichter. De oude en nieuwe woningen moeten passen bij de (toekomstige) bewoners, zeker met het oog op een vergrijzende bevolking. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan levensloopbestendige woningen. Die woningen gaan veel belangrijker worden, omdat daar van wegen de vergrijzende bevolking veel meer vraag naar komt en het huidige aantal levensbestendige woningen in de Achterhoek klein is.

Het stoplichtmodel

Er moet dus ingegrepen worden en daarom is het stoplichtmodel opgesteld. Het is een lijst met daarop alle woningbouwplannen in de Oude IJsselstreek. Hierin zijn alle plannen meegenomen, groen en grijs: plannen die onlangs zijn ingediend, die waar de bouw elk moment kan beginnen en die waarvan de bouw niet begonnen is, maar waar op papier wel gebouwd zou kunnen worden. Het gaat om bouwplannen waar op korte termijn al gebouwd gaat worden (groen) en plannen die al in de pijpleiding zitten, maar waarover de gemeenteraad nog een besluit moet nemen (oranje en rood). Dit betreft niet alleen de bouwplannen van de gemeente, maar ook die van winkeliers dan wel pandeigenaren, grondeigenaren, bouwbedrijven, aannemers, projectontwikkelaars en  investeerders. Een heel scala aan belanghebbenden en bouwplannen in verschillende stadia dus. Alsof dat nog niet genoeg is, zijn de gronden waarop gebouwd mag worden ook nog onderverdeeld over een hele reeks partijen. Voor al deze partijen en gronden zijn verschillende contracten opgesteld. Dit laat meteen de complexe situatie van deze thematiek zien. Hierbinnen moet er een oplossing gevonden worden. De gemeente moet dus met meerdere partijen om tafel.

Hoe ziet de verdeling van bouwplannen er dan uit? Er staan 154 bouwplannen op groen, die worden dus gebouwd. Daarvan zijn er 109 in de vijf grote kernen, te weten Terborg, Silvolde, Varsseveld, Ulft en Gendringen. De cijfers zijn voor de kleine kernen respectievelijk het buitengebied vijftien en twintig. Er blijven tien vrije kavels over. Van de 370 woningen die in de planfase zitten en waarover de gemeenteraad nog moet oordelen, vallen er 139 onder de categorie rood en 231 onder de categorie oranje. Van de oranje plannen horen er 172 bij de vijf grote kernen, 26 bij de kleine kernen, 22 bij het buitengebied en elf bij de vrije kavels. Van de rode plannen zijn er 91 bij de vijf grote kernen geplaatst, 28 bij de kleine kernen, veertien bij het buitengebied en zes bij de losse kavels. De gemeenteraad moet in september 2016 besluiten welke 75% van de oranje plannen op rood moeten komen te staan. Hieronder de verdeling.

KernenGroenOranjeRood
Vijf grote kernen10917291
Kleine kernen152628
Buitengebied202214
Vrije kavels10116
Totaal154231139

Op dit moment zitten de meeste van de oranje en rode plannen waarover nog een besluit genomen moet worden, in Ulft en de kleine kernen. De reden is dat in Ulft en de kleine kernen de vraag naar woningen op dit moment en zeer waarschijnlijk in de toekomst ver onder het aanbod blijft. De zogenoemde plancapaciteit overschrijdt de behoefte ruimschoots. Zo zijn er in Ulft naar alle waarschijnlijkheid 190 (behoefte is 116 en de plancapaciteit 306 woningen), in Terborg 32 (behoefte is 20 en de plancapaciteit 52) en de kleine kernen en het buitengebied 101 woningbouwplannen (behoefte is 35 en de plancapaciteit 136) te veel.

Het afboeken heeft grote financiële gevolgen voor onze gemeente. Met het afboeken van deze bouwplannen is een kostenpost van 3,5 tot 6,7 miljoen euro gemoeid. Daarnaast daalt de waarde van de gronden, omdat er niet gebouwd gaat worden. De inkomstenderving hiervan wordt geschat op 2,1 miljoen euro. Bovendien kunnen er schadeclaims komen waarvoor een hele voorzichtige schatting op een bedrag tussen de 1,4 en 4,6 miljoen euro uitkomt. Nu is het wel zo, dat in de jaarrekening 2015 een bedrag van 2,7 miljoen euro staat genoteerd voor de risico’s van het grondbeleid. Er is dus wel een kleine dekking, maar dat is niet genoeg.

Dit zijn de kale cijfers die aangeleverd zijn door de gemeente, nu moet er door de gemeenteraad een beslissing genomen worden. De huidige coalitie bestaande uit Lokaal Belang, CDA en VVD maakt tot op heden weinig aanstalten, lijkt geen visie te hebben en kiest voor domweg afboeken. Dit doet de PvdA niet. Uiteraard moet er een beslissing genomen worden, maar op welke gronden? Bij dit thema spelen namelijk veel meer factoren mee. De PvdA wil graag inzetten op een brede visie die de financiën van en het wonen en de leefbaarheid in de gemeente toekomstbestendig maakt. Die visie behelst een duidelijke keuze waarbij er alleen nieuwbouw mag plaatsvinden in de allergrootste kernen, als eerst de leegstand binnen de kernen is opgelost. De leegstand zit met name in de aanloopstraten van de kernen in onze gemeente. Wij zijn de enige partij die zich sterk maakt voor een brede en toekomstbestendige visie.

Kernenfoto’s: parels en puinhopen in de Oude IJsselstreek

De bevolkingskrimp is de belangrijkste oorzaak van dit fenomeen. Dat zorgt ervoor dat er ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden, ook op het gebied van woningen en voorzieningen. We moeten veel meer terug naar de basis en voorsorteren op de toekomst. Nieuwbouw is niet langer het antwoord, investeren in bestaande gebouwen wel. Om dit voor veel mensen inzichtelijk en tastbaar te maken, zijn er in 2014 en 2015 van 21 grote kernen in de Achterhoek kernenfoto’s gemaakt. Door die foto’s is in beeld gebracht voor welke dilemma’s en problemen een oplossing moet worden gezocht. Het gaat dan met name om gebouwen en voorzieningen die in een kern als positief, maar ook als negatief worden gezien: parels en pijnhopen.

Die parels en puinhopen zijn niet alleen in het oog springende gebouwen op hele goede locaties, maar hebben vaak ook een gevoelsmatige connotatie bij veel mensen. Een paar voorbeelden van die kernenfoto’s uit onze gemeente.
In Gendringen werd het pand Het Postshuis als puinhoop bestempeld, in Terborg werden de voormalige discotheek Trinity en de leegstaande Sint Jorisschool als puinhopen genoemd, in Ulft werden de panden De Sluis  en de voormalige discotheek Joy als puinhopen genoemd en in Varsseveld werd de oude melkfabriek door menigeen als een puinhoop beschouwd. Uit deze voorbeelden blijkt al, dat veel van de puinhopen in het centrum of de aanloopstraten staan. En daar zit vaak ook het probleem, want veel van die voormalige winkelpanden in de aanloopstraten van kernen staan leeg en oplossingen zijn moeilijk gevonden.

Gendringen

Figuur 1: Het Posthuis in Gendringen. Foto afkomstig van Agenda Achterhoek2020 Parels en Puinhopen

Dit is niet specifiek iets voor de gemeente Oude IJsselstreek. We zien dat in de hele Achterhoek, grote delen van Nederland en eigenlijk ook in heel Europa. Dat heeft meerdere oorzaken. Natuurlijk is er het veranderde consumentengedrag en de opkomst van het internetshoppen: de online aan- en verkoop die fysieke winkels doet verdwijnen.
Maar er is meer, want ook de economische crisis heeft veel winkels failliet doen gaan. Winkels die eerst het middensegment bedienden, blijken zich niet voldoende te hebben aangepast of gespecialiseerd. We hebben gezien dat met name bedrijven en winkels in het midden- en kleinbedrijf en het middensegment over de kop zijn gegaan. Dit zijn echter de algemene oorzaken.

Voor de Achterhoek geldt specifiek dat de bevolkingskrimp een bijkomende oorzaak is. Simpel gezegd: als er minder mensen zijn, zijn er minder voorzieningen nodig. We zien dat het winkelgebied in Ulft in de loop der jaren is “verplaatst”: de Deurvorststraat was jarenlang de winkelstraat van het dorp; langzaamaan zijn de winkelactiviteiten verplaatst naar het gebied van de Kerkstraat en de Blenk. Het winkelcentrum wordt opgeknapt, maar het college sluit zwembad De Blenk. In Gendringen zien we dat de oude winkelstraat steeds meer winkels tussenuit vallen, met leegstand als gevolg. Verpaupering dreigt. Dat is ook de reden waarom de PvdA onlangs een motie indiende om de leegstand in Gendringen aan te pakken. Kern van de motie is het tegengaan van de verpaupering in combinatie met de ontwikkelingen van woonzorgcentrum Maria Magdalena Postel en de twee basisscholen. Dat moet in één plan en niet afzonderlijk zoals de coalitie VVD-CDA-Lokaal Belang doet, want dan worden alleen de symptomen bestreden. Een brede visie zorgt ervoor dat je leegstand tegen kan gaan en bepaalde bestaande voorzieningen toekomstbestendig kan houden. In de kleine kernen tot slot zijn vrijwel bijna alle winkels verdwenen, al zijn er ook mooie burgerinitiatieven waarbij bijvoorbeeld vrijwilligers samen een supermarkt in het dorp draaiend houden.

Leegstand tegengaan als eerste prioriteit

Bij elkaar opgeteld zorgt dit voor leegstand die in eerste instantie de pandeigenaren treft. De eigenaren staan niet meer in de winkel en hebben het bedrijf opgegeven. Verhuur of verkoop van het pand is vaak een appeltje voor de dorst of zelfs het pensioen van de pandeigenaren. Aangezien er vanwege allerlei (economische) redenen vaak geen nieuwe winkels in het pand worden geopend, blijft het leeg. Ombouw van winkelpand naar een woning lijkt dan een oplossing te bieden. Op papier biedt dit een geweldige oplossing, de praktijk is veel weerbarstiger. Er moeten plannen geschreven, afspraken met de verhuurders en pandeigenaren gemaakt, vergunningen aangevraagd en kopers gevonden worden. Bovendien zijn er meer voormalige winkelpanden die in aanmerking komen voor de omvorming tot woning dat dat er woningen bij mogen komen.

Naast de pandeigenaren treft het vooral de inwoners van de kernen, omdat het leefbaarheid aantast. Leegstaande panden doen uiteraard pijn aan het oog, maar veel belangrijker is dat het zorgt voor verpaupering en op den duur voor waardedaling van de omliggende panden. Dit zorgt weer voor het afnemen van het woongenot, de leefbaarheid en een negatief vestigingsklimaat. Op deze wijze kan er een negatieve spiraal ontstaan zoals dat in de Amerikaanse stad Detroit heeft plaatsgevonden. In 1950 was Detroit nog de twaalfde stad van de Verenigde Staten qua inwoners en was het een bloeiend economisch centrum met de naam Motown, anno 2016 is de stad failliet en heeft het zelfs geen geld om de gigantische aantallen leegstaande panden te slopen. Natuurlijk is de Oude IJsselstreek niet Detroit. De achtergronden zijn hier niet zo complex en de situatie is hier bij lange na lang nog niet zo slecht als in de voormalige motorhoofdstad van de wereld, maar die negatieve spiraal wil de PvdA-fractie wel op eigen bescheiden schaal voorkomen. De eerste prioriteit is het aanpakken van leegstand om de negatieve impact op de leefbaarheid en allerlei negatieve (bij)verschijnselen te voorkomen.

Het venster op de wereld

Een blik door het venster op de wereld leert ons dat leegstand aangepakt kan worden. Omvormen tot een park, parkeerplaats of speelveld kan een oplossing zijn. Zelfs sloop van leegstaande en verpauperde gebouwen is een optie. Om bij het voorbeeld van Detroit te blijven, daar zijn een groot aantal gebouwen door de lokale universiteit gesloopt en omgevormd tot parkeerplaatsen en parken. Hier is ervoor gekozen om een afgebakend gebied aan te pakken en daar één visie op te vormen. Wat dichter bij huis zijn er ook een aantal interessante ideeën. De gemeente Bronckhorst is bijvoorbeeld begonnen met een proefproject waarbij overbodige gebouwen in het buitengebied gesloopt kunnen worden om verpaupering tegen te gaan. Dit gaat allemaal geld kosten, maar er moeten keuzes gemaakt worden en dit is een mogelijkheid. De gemeente Oost-Gelre heeft een bescheiden sloopfonds in het leven geroepen om de sloop van verpauperde gebouwen te ondersteunen. Winterswijk gaat inzetten op stedelijke herverkaveling om zo een basis te leggen voor de ingebruikname van leegstaande panden in het centrum. Doetinchem wil dat er binnen een jaar gebouwd wordt en Ulft2020 opperde al om op de plek van bouwkavels tijdelijk groen te plaatsen. Deze gedachten bieden veel aanknopingspunten.

Financieel gezien moet er ook iets gebeuren. Er is al een post in de begroting opgenomen voor verliezen op de grondpolitiek, maar dat is niet genoeg. Het kan een idee zijn om een fonds of stichting op te richten waar de verlieslijdende kavels in worden geplaatst. Op die manier zet je de problemen (even) op afstand. Of dit toegestaan is, is maar de vraag, omdat er vanuit Den Haag nieuwe wet- en regelgeving wordt opgesteld die hierover gaat. Deze nieuwe wetgeving gaat naar alle waarschijnlijkheid onder de vennootschapsbelasting vallen. De PvdA zou hierover ook graag een visie of op zijn minst een paar opties van het college willen zien.

 Vinexwijk of compacte stad?

Dan blijven er, als het op nieuwbouw aankomt, eigenlijk maar twee opties over. Dat zijn de klassieke nieuwbouw in een nieuwbouwwijk aan de rand van een dorp en het benutten van bestaande bebouwing in (het centrum van) een dorp. Bij het grote stedenbeleid in Nederland wordt de eerste variant wel betiteld als de Vinexwijk en de tweede variant als de compacte stad. In de voorstelling van het college zien we de voorkeur uitgaan naar de eerste optie. Er kan gebouwd worden aan de randen van het dorp en het liefst aan de rand van elk dorp. Misschien nog wel belangrijker is dat het huidige college het aantal te bouwen woningen over alle kernen in de gemeente verdeeld. Iedereen mag een beetje bouwen en overal gaat een beetje af. Dat is geen structurele oplossing, als is het wel te begrijpen. De afspraken van de Regionale Woonagenda 2015-2025 moeten immers wel gehaald worden.

De aanpak à la de Vinexwijk van de coalitie heeft niet de voorkeur van de PvdA. Nieuwbouw aan de randen van een dorp is niet de oplossing, zeker niet voor de toekomst en de immateriële kwaliteit wat leven en wonen betreft. Het is beter om eerst het centrum en de aanloopstraten aan te pakken: de strategie van de compacte stad. Onlangs verscheen in dagblad ‘Trouw’ een opiniestuk over het nut van nieuwbouw. Of beter gezegd, over het gebrek aan motieven om tot nieuwbouw over te gaan. Cees-Jan Pen van de Noord-Brabantse Fontys Hogescholen is van mening dat we ons eigenlijk niet echt realiseren welke transformatiemogelijkheden er binnen de huidige totale vastgoedvoorraad mogelijk zijn. Het klassieke pleidooi van de bouwsector voor nieuwbouw is de weg van de minste weerstand, zo stelt Pen. Dat is een gemiste kans, omdat de bouwsector juist moet innoveren. Dat geldt met name voor de Achterhoekse bouwsector. Ooit was dit één van de dragende pijlers onder de regionale economie, nu is ze onder andere door de economische crisis verbrokkeld. Het moet dan gaan om nieuwe concepten zoals tiny houses, levensloopbestendige of energie neutrale woningen. Dat is niet alleen goed voor Achterhoekse bouwbedrijven, maar ook voor het milieu en de portemonnee.

DRU-laan

Figuur 2: De Dru-laan in Ulft. Foto gemaakt door de auteur van dit stuk.

En als er dan gebouwd mag worden, dan is het speerpunt van de PvdA helder. Natuurlijk willen we een uitgebalanceerd bouwprogramma waarin plaats is voor koopwoningen in alle segmenten en huurwoningen, maar de nadruk ligt op huurwoningen, appartementen en starterswoningen. In een vergrijzende gemeente moet je immers mogelijkheden bieden aan jonge mensen om er te gaan wonen en hun leven op te bouwen en aan ouderen om naar een meer passendere woning te kunnen verhuizen. We zien bijvoorbeeld dat er een hele grote vraag was van jonge mensen naar de energiezuinige woningen aan de Dru-laan. Woningen die bovendien door Achterhoekse bouwers gebouwd zijn en vol innovatieve snufjes uit onze eigen regio zitten. Het zijn energienotaloze woningen: bij een gemiddeld gezin dat bewust omgaat met energie is het energieverbruik en de opwek van energie in evenwicht. Dit wordt bereikt door de woningen zonder gasaansluiting in te richten, te zorgen voor een zeer goede isolatie, een luchtwaterwarmtepomp, een lage temperatuurverwarming en zonnepanelen op het dak. Door het energiezuinige element zijn ze ook nog eens goed betaalbaar voor starters en jongeren. Dat biedt kansen om jongeren te behouden en dat is van levensbelang in een krimpregio.

De rol van Wonion

In de praktijk gebeurt dit al bij woningstichting Wonion in Ulft. Bij hen ligt de nadruk niet op nieuwbouw, omdat ze aan de huidige en waarschijnlijk toekomstige vraag naar woningen al kunnen voorzien, maar veel meer op het verhogen van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Wonion voorziet een veel grotere vraag naar kleinere woningen, omwille van een tweetal redenen. Ten eerste omdat de omvang van de gezinnen kleiner wordt. Het aantal een- en tweepersoonshuishoudens groeit sterk, terwijl een huishouden vroeger uit veel meer personen bestond. Ten tweede doordat de bevolking snel vergrijsd. Door het groeiend aantal ouderen zal de vraag naar kleinere, levensloopbestendige woningen toenemen.

Dat Wonion dit signaleert, is uiterst belangrijk. Deze woningbouwstichting is namelijk eigenaar van ongeveer 25% van alle woningen in onze gemeente. Ze is dus een grote spelers en kan mede bepalen welk type woningen en voor welke doelgroepen er gebouwd worden. Zeker in een krimpgebied waar je jongeren wil binden aan de regio en ouderen moet voorzien in goede woningen, moet je daarom in samenspraak met de woningbouwstichting bekijken hoe op de behoeften van deze twee doelgroepen in te spelen. Inzetten op betaalbare, energiezuinige woningen in de buurt van voorzieningen is dan een must. De woningbouwcorporaties in de Achterhoek hebben er overigens onlangs een mogelijkheid bij gekregen, omdat de Achterhoek als krimpgebied in aanmerking komt voor een lagere verhuurdersheffing als er huizen gesloopt worden. Minister Blok voor Wonen heeft dit toegezegd. De woningbouwcorporaties hebben door deze maatregel meer financiële armslag om in te zetten op nieuwbouw en de verbetering van de bestaande woningvoorraad. Ook zij kunnen helpen om leegstand aan te pakken en te bouwen voor de toekomst.

Huis, tuin en keuken

In dit hele verhaal moet er ook gedacht worden zaken die met het vestigingsklimaat te maken hebben. Het gaat dan om een aantal variabelen die de effecten van de bevolkingskrimp beïnvloeden. De bevolkingskrimp zal er toe leiden dat tussen nu en maximaal tien jaar ongeveer de helft van de totale beroepsbevolking in de Achterhoek met pensioen gaat.

Kaart

Figuur 3: Aandeel van inwoners 65 jaar of ouders per CORROP-gebied. Kaart is afkomstig van het CBS en PBL, zie: A. de Jong en C. van Duin, Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2011–2040: sterke regionale contrasten (Den Haag 2011) 15.

Die mensen worden niet vervangen door nieuwe generaties, omdat het aantal geboortes ver achter blijft. Dat betekent dat er over maximaal tien jaar een tekort is aan arbeidskrachten. Er zijn dan meer banen dan mensen in de Achterhoek waardoor er mensen van buiten de regio zich hier moeten vestigen. Dat heeft weer gevolgen voor de nieuwbouw. Werk is nog steeds één van de belangrijkste redenen voor mensen om zich ergens te vestigen. We weten met het huidige stoplichtmodel dus eigenlijk niet, hoe de situatie zich precies over vijf of tien jaar ontwikkelt. De vraag is dan ook, of we zo stringent vast moeten houden aan het stoplichtmodel, juist omdat de toekomstige vraag naar werknemers en dus mogelijke nieuwe inwoners niet is meegenomen.

Een tweede factor is gelegen in de infrastructuur. Om mensen te behouden en aan te trekken, moet er een goede infrastructuur zijn. Dat houdt in dat met name het wegennet en het openbaar vervoer, denk aan de Twenteroute en het tracé Arnhem-Winterswijk, op orde moeten zijn. Dat is het nu nog niet. Er wordt, wat de spoorlijn Arnhem-Winterswijk betreft, wel geïnvesteerd in 700 meter dubbelspoor, toegankelijkere stations en veiligere spoorovergangen, maar dat is een druppel op de gloeide plaat. Onze gemeente kan daar zelf weinig aan doen, maar kan wel samen met de andere zeven Achterhoekse gemeenten bij de Provincie Gelderland en de rijksoverheid blijven lobbyen. Een goede infrastructuur is van levensbelang voor de Achterhoek willen we de regio leefbaar voor iedereen en aantrekkelijk voor jonge mensen houden.

Een laatste belangrijke factor om je op een bepaalde plek te vestigen, is gelegen in de voorzieningen die in de regio aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan uitgaansgelegenheden, scholen, kunst en cultuur, het verenigingsleven en sport. Dit zijn zaken die de Achterhoek en onze gemeente in het bijzonder zeker hebben, al is het aanbod hiervan misschien niet zo groot als in pakweg Amsterdam. Wel is het niveau ervan hoog en hebben we onder andere rust, ruimte en natuur te bieden. De aanwezigheid van voorzieningen in combinatie met rust, ruimte en natuur verklaart deels ook de grote vraag naar woonruimte in de twee grote kernen in onze gemeente. Kortom, de Achterhoek en onze gemeente hebben de beschikking over de huis-, tuin- en keukenmiddelen, maar we moeten die meer laten zien en (gezamenlijk) nog sterker inzetten op bepaalde verbeteringen.

De aanbevelingen

Het voorbeeld van de Dru-laan laat zien dat in de gemeente Oude IJsselstreek de meeste (jonge) mensen naar de grote kernen trekken. Dat zien we ook terug in de rapportage van JongWonen. In deze rapportage uit juni 2015 blijkt dat, over de hele Achterhoek gezien, jonge mensen in de grote kernen willen gaan wonen. Doetinchem staat met stip op één, gevolgd door Lichtenvoorde, Borculo en Zelhem. Andere onderzoeken, bijvoorbeeld die van de gemeente Aalten, tonen aan dat starters over het algemeen liever niet in het buitengebied of in kleine kernen gaan wonen. Een pilot in Aalten laat verder zien dat nieuwbouw in kleine kernen nauwelijks aftrek vindt. Het advies vanuit de gemeente Aalten is dan ook om nieuwbouw te concentreren in de grootste kernen van een Achterhoekse gemeente. Dat sluit in onze gemeente weer aan bij de vraag naar woningen in de grote kernen, want die is in Ulft en Varsseveld met een behoefte aan 116 en 25 woningen het grootst. In de andere kernen in de Oude IJsselstreek is er nauwelijks behoefte aan nieuwe woningen, ook niet op de (middel)lange termijn. De aanbeveling van de PvdA zou daarom zijn om nieuwbouw te concentreren op Ulft en Varsseveld. Kortom, als er gedacht wordt aan nieuwbouw, zorg dan voor een concentratie van nieuwbouw en betrek Achterhoekse ondernemers bij de bouw.

Het fundament voor de bouw ligt er al wel, maar nu het dak (het liefst met zonnepanelen) nog. Stap af van het idee dat er overal en in elke kern nog nieuwbouw kan plaatsvinden, maar investeer in het tegengaan van verpaupering en kom met ideeën die leegstand oplossen. Ga voor het opknappen van gebouwen in de aanloopstraten en het centrum van de kernen. Inbreiding in plaats van uitbreiding. Steek de nieuwbouw in eerste instantie in op de allergrootste kernen van de gemeente, door bijvoorbeeld vanaf nu alleen nieuwbouw toe te staan in Ulft en Varsseveld. Daar is er nog een grote vraag naar nieuwe woningen. Zet nieuwbouw in de kleine kernen en het buitengebied op een lager pitje en ga daar vooral op dat lokale niveau kijken naar oplossingen voor bijvoorbeeld de leefbaarheid en voorzieningen. Werk samen met belangenverenigingen, bouwbedrijven, investeerders en andere belanghebbenden. Dat betekent een brede blik en niet alleen maar afboeken om het afboeken zoals VVD, CDA en Lokaal Belang nu doen. Alleen zo en met een duidelijke visie voor de leefbaarheid in de hele gemeente kan het probleem rondom de nieuwbouw opgelost worden. Het stoplichtmodel is in deze alleen maar een middel. Juist als de stoplichten op rood of oranje staan wat de woningbouw betreft, dan biedt dat ook kansen om de woningbouw en de grondpolitiek van de gemeente Oude IJsselstreek toekomstbesteding te maken. We moeten extra gas geven om dat te bereiken.