Door Rob Wellink op 22 februari 2016

Scholen en leefbaarheid

Precies een jaar geleden kwam het thema scholen en bevolkingskrimp op de agenda van de gemeenteraad. Echt veel is er in die tijd rondom dit thema niet gebeurd. Commotie over allerlei incidenten haalde het nieuws wel. Dit is meer dan een gemiste kans. Overal zien we in onze gemeente leegstaande gebouwen en verdwijnen voorzieningen. Dat is voor een deel te wijten aan bijvoorbeeld veranderd consumentengedrag, de opkomst van het internet en de toegenomen mobiliteit. Belangrijker is hier de bevolkingskrimp. Het aantal (jonge) mensen neemt af, waardoor de basis voor voorzieningen verdampt en voorzieningen zich steeds meer gaan concentreren. Dit heeft grote gevolgen voor alle kernen in de gemeente. Dit zie je ook op het gebied van het onderwijs en de plaatsen waar onderwijs gegeven wordt. Bevolkingskrimp, leegstand, leefbaarheid en scholen zijn de belangrijkste thema’s waar niet alleen de gemeente Oude IJsselstreek mee te maken krijgt, maar ook de hele Achterhoek.

PvdA Scholen en krimp

Even een korte terugblik. We schrijven september 2015 en de scholen zijn weer begonnen. Ruim een half jaar eerder, het was 5 februari 2015, stond het thema basisscholen en bevolkingskrimp op de agenda van de raadsrotonde in Ulft. Door de bevolkingskrimp loopt het aantal leerlingen in de Achterhoek overal sterk terug. In de periode 2013-2020 zal het gaan om een terugloop van het aantal basisschoolleerlingen van ongeveer 21%. In de ene gemeente loopt dit aantal sneller terug, in de andere gemeente wat langzamer, maar de algemene tendens is dat het aantal leerlingen vrij fors gaat dalen. De basisscholen merken dat als eerste, de middelbare scholen volgen logischerwijze later. Dat komt door de doorstroom van leerlingen van het basisonderwijs naar het voorgezet onderwijs. Hoewel de problematiek tussen basis en middelbaar onderwijs vaak anders is, zijn er wel een aantal parallellen te trekken.

Er waren drie scholengroepen in de gemeenteraad aanwezig: Essentius (katholieke signatuur) met tien basisscholen in de gemeente, Reflexis (openbare school) met vijf basisscholen en Accent (protestants-christelijke signatuur) met vijf basisscholen. Hoe ziet de terugloop van het aantal leerlingen er uit? Essentius lichtte dat als volgt toe: ze is de grootste scholengroep en geeft aan ongeveer 41% van alle basisschoolleerlingen in Oude IJsselstreek onderwijs. In 2007 had ze 1.800 leerlingen, in 2014 1.374 leerlingen en voor 2020 ligt de prognose op ongeveer 1.000 basisschoolleerlingen. Dat is een forse afname. Daarbij is vanuit Den Haag bepaald dat het minimumaantal leerlingen per basisschool (de zogenoemde opheffingsnorm) een zeer belangrijke rol speelt. De opheffingsnorm wordt berekend op basis van het aantal leerlingen per vierkante kilometer. In de Randstad ligt dat op 200 leerlingen, in de Achterhoek op het absolute minimum van 23. In onze gemeente zitten we op 25. De opheffingsnorm kan door Den Haag naar beneden worden bijgesteld zodat het proces enigszins vertraagt, maar het is uitstel van executie. Blijft het aantal leerlingen drie jaar of langer onder de opheffingsnorm, dan wordt de subsidie stopgezet. Het financiële aspect speelt dus een belangrijke rol bij de krimp. Hoe minder leerlingen, hoe kwetsbaarder de financiële situatie voor een schoolbestuur. Dit kan voor een schoolbestuur een reden zijn om een school te sluiten. Het is duidelijk: er staan ons grote veranderingen te wachten, want er zullen scholen gaan sluiten.

De schaduw van de Schoolstrijd voorbij

PvdA Scholen en krimp2In de kern gaat het dan om twee dingen: de kwaliteit en ruimtelijke ordening. De kwaliteit wordt verzorgd door de scholen. Het gaat dan onder andere om de grondslag, de bedrijfsvoering en invulling van de lessen. Daarover gaan de PvdA en de politiek niet. Dat is aan de scholen zelf. Bovendien weten zij het beste wat er nodig is. Wat overigens wel opviel, is dat een aantal schoolbesturen wel intensief samenwerkt en een aantal niet. Het kan niet zo zijn dat als een dorp twee scholen heeft en beide scholen het qua aantal leerlingen niet kunnen bolwerken, beide scholen verdwijnen omdat de besturen op grond van bijvoorbeeld signatuur niet tot een oplossing kunnen komen. Keuze en keuzevrijheid uit scholen met verschillen in grondslag is een groot goed, zeker voor de ouders. Leefbaarheid echter ook. Intensieve samenwerking tussen scholen van verschillende grondslag en misschien wel fusie is vanuit dit oogpunt essentieel. Toch lukt het maar niet om goed samen te werken. Al op 1 oktober 2014 gaf Accent aan, niet te willen fuseren met Reflexis, Essentius en Lima (katholieke basisscholen uit Lichtenvoorde). Op 21 januari 2016 mislukte ook een fusie tussen de drie overgebleven schoolgemeenschappen,  omdat de schoolbesturen er onderling niet uitkwamen. Het neerzetten van één regionale visie lukte niet, omdat een paar mensen te veel aan hun eigen stenen dachten. Een gemiste kans. Nu is een fusie waarschijnlijk niet noodzakelijk, maar het toont wel aan dat  de samenwerking nog niet optimaal is. Laat scholen over die oude schaduw van de Schoolstrijd heenstappen en het belang van het dorp voorop zetten in plaats van het belang van de schoolorganisatie. Dat is in ieder geval de oproep van de PvdA.

De ruimtelijke ordening is een ander verhaal. Het gaat dan om de gebouwen en de bereikbaarheid van de basisschool. Daar kan de gemeente wel heel veel betekenen. Veel ouders vinden een afstand van twee tot vier kilometer tussen thuis en basisschool redelijk, zo blijkt uit onderzoek. Voor een aantal scholen is daar al een voorschot opgenomen, zie bijvoorbeeld de Brede scholen in Terborg en Varsseveld en de geplande bouw van de nieuwe school in Ulft-noord. Het schoolbestuur is steeds de organisatie die de beslissingen neemt. Van groot belang is dat de leerlingen de school goed en veilig kunnen bereiken. De gemeente zou daarom met de scholen en dorpen moeten overleggen hoe dit gerealiseerd kan worden. Als een dorp bijvoorbeeld een fietsbrug wil, dan moet daar serieus naar gekeken worden. Maar als de afstand voor (kleine) kinderen te groot wordt om te fietsen, dan moet er nagedacht worden over andere vormen van mobiliteit. Een andere idee kan het invoeren van een schoolbus zijn, zoals bijvoorbeeld normaal is in Duitse regio’s waar weinig mensen wonen.

Scholen, leefbaarheid en kleine kernen

In de nabije toekomst zal er ook gekeken worden naar scholen in kleine kernen. Het zal hier niet mee vallen om tot een oplossing te komen, omdat bij veel mensen de vrees bestaat dat de leefbaarheid in een dorp achteruit gaat als de school sluit. Dit kan tot veel verzet leiden, zoals we hebben gezien in Stokkum. Dit is de weg die we niet moeten bewandelen. Uit de Transitieatlas Primair Onderwijs (In opdracht van de Regio Achterhoek en het ministerie van Binnenlandse Zaken opgesteld), blijkt dat het verdwijnen van een school niet per definitie een verslechtering van de leefbaarheid tot gevolg heeft. Het gaat namelijk om de vitaliteit van de kern. Hier moet gedacht worden aan bijvoorbeeld het verenigingsleven en de bereikbaarheid van voorzieningen vanuit het dorp. In onze gemeente zien we een bruisend verenigingsleven en levendige kernen, iets dat de PvdA van harte ondersteunt. Door met deze zaken rekening te houden en in goed overleg te treden met de schoolbesturen en de inwoners, kan het draagvlak voor sluiting van een school sterker worden als het aantal leerlingen drastisch daalt. Sluiting is absoluut geen doel op zich, maar er moet wel ter degen rekening mee gehouden worden. Het zijn uiteindelijk de schoolbesturen die beslissen of een school openblijft en het is aan de ouders om te bepalen naar welke school hun kinderen gaan.