Door op 10 december 2016

Een verbindende visie

De afgelopen dagen was de stad Rotterdam constant in het nieuws. De stad had een referendum georganiseerd om de woonvisie 2030 door de bevolking te laten goed- of afkeuren. De opkomst was te laag en het referendum daarmee ongeldig. De stad met de bijnaam Manhattan aan de Maas kan door met de plannen om 15.000 woningen te slopen en 10.000 te renoveren. Daarnaast heeft de lokale voetbalclub plannen over een nieuwe Kuip en dito woonwijk geopenbaard. Samen een enorme klus. Over dergelijke aantallen te bouwen woningen kunnen we in de Achterhoek niet eens dromen en het nieuwe stadion van de Graafschap in de geniale vorm van een tractorband komt er ook niet. Wat los van de bijzondere inhoud van het Rotterdamse plan wel kan, is leren van het idee dat er een grote strategische visie achter volkshuisvesting en de inrichting van de fysieke leefomgeving moet zitten.

Sterker door strijd?
Deze coalitie bestaande uit Lokaal Belang, CDA en VVD heeft het steeds over een betrouwbare en faciliterende overheid. De schijn is toch wat anders. Stukken die door bezorgde insprekers aan de raadsleden worden geleverd, worden als geheim betiteld en er worden geen gesprekken gevoerd met bouwbedrijven die de woningbouwplannen best aan willen passen om zo tot een vermindering van bestaande plannen over te gaan. Zelfs niet als de bouwbedrijven aangeven dat de gemeente (en dus de inwoner) hiermee aanzienlijk minder planschade hoeft te betalen. Dat lijkt de PvdA, in tegenstelling tot Lokaal Belang, wél belangrijk. Want dat is juist het algemeen belang: er is nu meer dan € 2 miljoen aan mogelijke planschade gereserveerd. Dat gereserveerde bedrag wil je als overheid zo min mogelijk uitgeven, omdat daarvan andere maatschappelijke projecten als de zorg gefinancierd kunnen worden. Elk beetje dat dan niet betaald hoeft te worden, is al mee genomen. Van dat geld, zo stelde één van de bouwbedrijven zelf al, kan bijvoorbeeld de bibliotheek in de lucht worden gehouden als de gemeente alleen al serieus naar hun aangepaste bouwplannen kijkt. Vandaar dat de PvdA steeds gezegd heeft dat het college de dialoog aan moet gaan met de betrokkenen. Kortom, we willen liever geen juridisch proces opstarten. Dat komt de samenwerking en betrouwbaarheid op termijn niet ten goede. Sterker door strijd is het motto van Rotterdam, maar dat moeten we hier niet willen.

Natuurlijk moeten de regionale afspraken over de vermindering van de woningbouw gehaald worden, daar hebben wij als PvdA zelf ook voor getekend. We onderschrijven het feit, dat er door de krimp minder vraag is naar woningen en dat het leeuwendeel van de woningvoorraad al aanwezig is. Inhoudelijk hebben we daarom ingestemd met de criteria voor nieuwbouw. Die criteria luiden: inbreiding voor uitbreiding, voorrang voor locaties met een bijzondere ligging, plannen die het laatste deel van een groter project zijn gaan voor, gemengde projecten, de transformatie van bestaand vastgoed en als laatste het oplossen van een ruimtelijk probleem. Dat wil echter niet zeggen dat er binnen de kaders van die afspraken, want meer dan kaders zijn het niet, maatwerk geleverd kan worden. We zien dat andere Achterhoekse gemeenten dat ook doen. Ook daar wordt de plancapaciteit gereduceerd, maar er blijven openingen mogelijk voor nieuwbouw mits ze aan bepaalde criteria voldoen. Voorts kiezen gemeenten als Aalten en Oost-Gelre voor duidelijke criteria, speerpunten en gebieden waar wel en waar niet gebouwd mag worden. De PvdA heeft dit ook als voorbeeld genoemd, maar het college gaat daar niet mee akkoord. Dat is bijzonder, want Lokaal Belang had in eerste instantie ingezet op de kleur oranje en ging uiteindelijk knarsetandend met de besluit van het college akkoord.

Flexibiliteit
Die oranje bouwplannen (groen is voor doorgaan, rood is voor stoppen) zouden voor meer flexibiliteit kunnen zorgen. Dat doen Lokaal Belang, CDA en VVD niet. Voor hen is de woonvisie een rekenkundige exercitie geworden waarbij alleen de te halen aantallen centraal staan. Daarmee ontneem je jezelf mogelijkheden om de gemeente in de toekomst leefbaarheid en aantrekkelijk te houden. Flexibiliteit is van belang om enerzijds de planschade te kunnen ontwijken en anderzijds om in te kunnen spelen op ontwikkelingen die je als gemeente niet direct kunt controleren. Te denken valt dan aan de vestiging van nieuwe bedrijven in ’s-Heerenberg op industrieterrein NLDocks. Die bedrijfsvestigingen vragen om nieuwe werknemers die vaak in de regio gaan wonen. Bijkomende ontwikkeling is een verdergaande concentratie van winkels en voorzieningen in de grotere plaatsen en wegtrekken en verdwijnen van voorzieningen in kleinere plaatsen. Dit zien we in grote delen van Nederland terug, met name in krimpregio’s. De vraag is of je hier als gemeente, los van een bestemmingsplan, echt op kunt sturen. Het bereikbaar houden van woonkernen en voorzieningen ligt in dit licht meer voor de hand. Gevolg is wel dat er meer winkelpanden leeg kunnen komen te staan. Die zou je met woonfuncties kunnen vullen. Hoe dan ook, op dergelijke ontwikkelingen heb je als gemeentelijke overheid betrekkelijk weinig grip, maar er moet wel rekening mee gehouden worden. Dit was ook de reden waarom de nadruk op flexibiliteit regelmatig terugkwam in de debatten in de gemeenteraad.

Motie Gendringen
Een deel van die flexibiliteit kan ook teruggevonden worden in de 50 contigenten die aangewezen om “fysieke knelpunten” aan te pakken. Voor de PvdA worden hier vooral de leegstaande en verpauperde panden in de aanloopstraten en winkelcentra van de kernen in onze gemeente mee bedoeld. Op dit moment is de situatie in Gendringen zeer kwetsbaar. Juist daarom hebben we een motie ingediend waarmee de coalitie opgeroepen wordt om werk te maken van de leegstand. Je zou als gemeente veel sterker kunnen inzetten op het omzetten van voormalige winkelpanden in woonruimten. Dat is ook waar die 50 contingenten voor bedoeld zijn. Zet ze in Gendringen in als pilot tegen leegstaande winkelpanden in dorpscentra is de oproep van de PvdA. Dit betekent wel, dat er veel meer met pandeigenaren, projectontwikkelaars, bouwbedrijven en belangenverenigingen om tafel moet worden gezeten. We zien dat dat tot op heden helaas maar moeizaam gaat. In de beleving van de PvdA zou de gemeente hier dan het voortouw moeten nemen als de andere belanghebbende partijen nog geen initiatief nemen. Dat vraagt naast een open houding en lef ook een toekomstvisie.

Die toekomstvisie heeft de PvdA wel. En dan hebben we het trouwens niet alleen met het oog op die 50 contingenten voor fysieke knelpunten gedaan, maar we zien ook allerlei andere veranderingen in Gendringen die gezamenlijk een positieve uitwerking op het dorp kunnen hebben. Dit kan de toekomstige leefbaarheid en het vestigingsklimaat positief beïnvloeden en het negativisme keren. We denken dan onder andere aan de aanstaande nieuwbouw van het Maria Magdalena Postel, de ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting en de teruglopende aantallen leerlingen, de bibliotheek, het multifunctionele centrum De Gent en de ontkerkelijking en samenvoeging van parochies. Misschien moet er een speerpunt gekozen worden, bijvoorbeeld toerisme en dat koppelen aan Engbergen en Duitsland of zorg en dat koppelen aan het nieuwe Maria Magdalena Postel en in panden daaromheen kleine innovatieve zorgorganisaties vestigen. Met een dergelijke focus onderscheid het dorp zich van de andere dorpen zonder dat er een gevaarlijke concurrentie tussen dorpen gaat ontstaan. Er kan zelfs nog geprobeerd worden om de Moeder Teresa Stichting in het oude Posthuis, als puinhoop bestempeld bij de Kernenfoto’s, of in de voormalige woonwinkel te laten vestigen. Om maar een paar zaken te noemen.

Eendracht maakt macht
Volgens de PvdA moet er sowieso een integraal plan komen waar al deze ontwikkelingen een plek krijgen zodat het geheel sterk en toekomstbestendig wordt. Het heeft volgens ons weinig zin om bijvoorbeeld aan de ene kant van het dorp met bijvoorbeeld de nieuwbouw voor het Maria Magdalena Postel te beginnen en aan de andere kant van het dorp de leegstand in de Grotestraat links te laten liggen. Ten eerste lost dat het probleem niet op, ten tweede is alles op slechts enkele meters van elkaar verwijderd en ten derde kunnen ze elkaar zo niet in positieve zin gezamenlijk versterken. Onderaan de streep brengt het dus weinig, maar het is wel precies wat Lokaal Belang, CDA en VVD doen. Volgens hen is de nieuwbouw van het Maria Magdalena Postel een rijdende trein waar je niet meer op aan kunt haken en één die alle stations voorbij dendert. Dat is veel te makkelijk. De kracht is immers gelegen in een samenvoeging van sociale en fysieke functies. Dat zien we overal ter wereld steeds meer opkomen. Want waarom zou je niet de bibliotheek, De Gent en het Maria Magdalena Postel in één voegen? De ouderen hebben dan voorzieningen als een bieb en ontmoetingsruimte dichtbij en De Gent en de bibliotheek zijn verzekerd van goede en volle huisvesting. Daarnaast wordt er zo een centrale ontmoetingsplaats in het dorp gecreëerd die voor een nog sterke sociale cohesie kan zorgen. De vraag voor de PvdA is meer hoe we dit gaan vormgeven en wat we dan met de gebouwen die leeg komen te staan gaan doen. Dit is slechts een voorbeeld. Wat de PvdA betreft geldt hier het adagium: eendracht maakt macht.

Dit adagium is de rode draad, want het biedt aanknopingspunten bij vergelijkbare thema’s. Zo zijn de kerken in Gendringen zonder twijfel de blikvangers van het dorp en dat moet ook zo blijven. De vraag is wel, wat er met de invulling van de functie van het gebouw moet gebeuren. Eeuwenlang was de kerk niet alleen de plek waar de christelijke ideologie werd verspreid, maar ook een plaats om elkaar te ontmoeten. Een kerk staat meestal niet voor niets midden in een woonkern. Door de ontkerkelijking loopt dit echter snel terug en dreigen er grote lege kerkgebouwen in dorpen te ontstaan. Wat te doen? In Zwolle is er bijvoorbeeld een boekenzaak in gevestigd en in Noord-Brabant worden kerken omgevormd tot dorpscentra. Dichter bij huis is er in Silvolde een hele actieve groep die zich met deze vraag bezighoudt en erg succesvol is. In ’s-Heerenberg ten slotte is er een radicalere oplossing: daar wordt een kerk gesloopt om plaats te maken voor appartementen. Dit zijn slechts een paar voorbeelden die gebruikt kunnen worden. Alles valt en staat echter met samenwerken: een actieve groep inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeente moeten samen met plannen komen.

Steengoed benutten
Die plannen zouden prima aan kunnen sluiten bij een fonds als ‘Steengoed Benutten’. Dit fonds is op voorspraak van de PvdA in de Provinciale Staten van de provincie Gelderland opgezet om leegstand in vastgoed aan te pakken. Dat kan door herbestemming, transformatie of sloop van leegstaande panden. Zo is er in 2015 voor meer dan € 1,3 miljoen aan projecten tegen leegstand in de Achterhoek ingezet. Bij uitstek een kans om leegstand in onze gemeente beter aan te pakken. Dat betekent dat de gemeente initiatiefnemers moet wijzen op en ondersteunen bij aanvragen voor dit provinciale fonds. Daarnaast zou de gemeente Oude IJsselstreek samen met de andere zes Achterhoekse gemeenten lijntjes moeten uitzetten naar de provincie om dergelijke fondsen te vergroten. De Achterhoek gaat immers als krimpregio veel meer te maken krijgen met leegstand. De Achterhoekse gemeenten hebben zich al ten doel gesteld om minder te bouwen middels het al genoemde stoplichtmodel. Dat gaat gepaard met behoorlijke financiële verliezen, maar dient uiteindelijk een groter doel: mogelijke leegstand en waardevermindering van de bestaande woningvoorraad voorkomen.

Dit idee is deels door de provincie Gelderland ingegeven en de Achterhoekse gemeente leveren dus al een inspanning. Wat de PvdA Oude IJsselstreek betreft, kan de provincie meer doen om de pijn te verzachten en de regio op termijn leefbaar te houden. In Arnhem liggen miljoenen Euro’s van de verkoop van Nuon in een kluis. Laten we die inzetten om onze mooie regio leefbaar te houden.

Het provinciale geld zou naast leefbaarheid ook aan bereikbaarheid ten goede kunnen komen. In een gebied waar voorzieningen onder andere als gevolg van krimp verdwijnen, de regionale economie door globalisering meer dan ooit gebaat is bij snelle en betrouwbare verbindingen om de hoogwaardige producten over hele wereld te verhandelen en jongeren voor de studie naar steden buiten de Achterhoek gaan wonen en studeren, is bereikbaarheid belangrijker dan ooit. Het is met name de provincie Gelderland die hier een sleutelpositie inneemt, zowel op het gebied van openbaar vervoer als wegenbouw. Is vanuit een bepaald gebied het woon-werkverkeer erg traag en moeilijk, dan wordt het gebied automatisch minder aantrekkelijk voor mensen en bedrijven om zich er te vestigen. Dit wordt een negatief vestigingsklimaat genoemd. Dat kunnen we als Achterhoek en als Oude IJsselstreek niet gebruiken. Bereikbaarheid is een belangrijk bestanddeel van leefbaarheid. Is dat er niet, dan kom je terecht in een negatieve spiraal en is de kans op nog meer leegstand en het nog meer moeten schrappen van nieuwbouwplannen via het stoplichtmodel een reële mogelijkheid.

Nieuwbouw verbinden met de bestaande woningvoorraad
Zoals gezegd, de nieuwbouwplannen en het stoplichtmodel gaan over nog te bouwen woningen, terwijl veruit het grootste deel van de woningvoorraad al aanwezig is. Kort gezegd betekent dat, dat de nieuwbouwplannen echt iets toe moeten voegen aan de bestaande woningen. Over de bestaande woningbouw is echter tot op heden weinig gezegd en dat terwijl drie groepen er wel baat bij hebben. De meeste woningen van de bestaande woningvoorraad in de Achterhoek zijn meestal oud, vaak niet energieneutraal en niet levensloopbestendig. Dat gaat een probleem worden, daar we weten dat er door de sterke vergrijzing en bevolkingskrimp in de Achterhoek steeds meer vraag vanuit de groep ouderen komt om in levensloopbestendige huizen te wonen en bovendien willen we dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Hiervoor zijn tot op heden weinig initiatieven, maar de gemeente Renkum is nu al bezig met zogenoemde “blijvers-leningen” om ouderen zo lang mogelijk in hun eigen woning en omgeving te laten wonen. Meer gemeenten gaan dit voorbeeld volgen. Naast de groep ouderen zouden we ook naar de groep starters moeten kijken. In een krimpgebied moet je er immers alles aan doen om jonge mensen te behouden. Daar horen betaalbare woningen en appartementen bij. Op dit moment voldoet dat niet. Zo staat de gemiddelde wachttijd voor een huurwoning in onze gemeente op één, maar vaak op twee jaar. Dat schiet niet op. En ten slotte zouden we als PvdA juist voor de mensen aan de onderkant van de samenleving ook graag goede en betaalbare huisvesting zien.

Onderaan de streep komt dus steeds weer dat ene woord terug: verbinden. Dat hebben ze niet in Rotterdam uitgevonden, of het moet de havenstad zijn die Nederland met de rest van de wereld verbindt, maar wij kunnen dat in de Achterhoek wel. We moeten ook wel. Met een visie over krimp, wonen, werken, bereikbaarheid en een brede kijk op de wereld. Een wereld waarin we als gemeente niet alles alleen moeten en kunnen willen, wat met meer regionale afstemming en provinciale steun moet. In zijn geheel leidt dit tot een verbindende visie op de fysieke leefomgeving van onze gemeente.

woningbouw